Het is een grote industrie, die wereld van de sportdranken. Je hebt ze in allerlei kleuren, smaakjes en samenstellingen. Maar wanneer heb je een sportdrankje nodig (of juist wanneer niet)? En hoe kies je dan de juiste? Graag help ik je even op weg!

/

Om je een beter advies te kunnen geven, gaan we gelijk wat dieper in op de verschillende soorten dranken. Je hebt drie categorieën sportdranken, welke alle een andere functie hebben. Sportdranken zijn onder te verdelen in osmolariteit: hypotoon, isotoon en hypertoon.

– hypotone dranken: sportdranken waar nagenoeg geen koolhydraten in zitten. Per 100 ml bevat deze drank <4 gram koolhydraten. Deze categorie noemen we ook wel ‘sportwater’ of ‘dorstlesser’. De functie is vaak om – door het toegevoegde smaakje – drinkgedrag te stimuleren en eventueel wat elektrolyten (welke verloren gaan door zweetverlies) aan te vullen.

– isotone dranken: sportdranken waar 4-8 gram koolhydraten per 100 ml in zitten. Deze smaakbommetjes bevorderen hiermee niet alleen het drinkgedrag maar leveren ook de energie waar deze (soms hard) nodig is. Tevens bevat ook deze groep elektrolyten.

– hypertone dranken: sportdranken waar behoorlijk wat koolhydraten inzitten, namelijk >8 gram per 100 ml. Deze dranken zijn over het algemeen dus iets geconcentreerder. Ook deze categorie bevat elektrolyten.

Afijn, dat zijn dus de verschillen, maar wanneer heb je een sportdrank nodig? En hoe kies je dan de juiste? Om die vraag te beantwoorden is het belangrijk om je inspanning (training/wedstrijd) in kaart te brengen. Hoe lang ga je sporten? Hoe intensief is dit? Welke weersomstandigheden zijn er?

We weten dat bij intensieve inspanningen >90 minuten het innemen van koolhydraten tijdens inspanning meestal wenselijk is. De inname van een sportdrank kan dan dus een zinvolle bijdrage leveren. Is je inspanning heel laag intensief, dan is het lichaam alweer minder afhankelijk van koolhydraten en is een koolhydraat leverende sportdrank dus minder zinvol.
Op papier zou je rondom de (intensieve) 90 minuten dus een spreekwoordelijke grens kunnen trekken. Bij inspanningen <90 minuten volstaan water, of bij warm weer een hypotone drank om de elektrolyten aan te vullen. Bij inspanningen >90 minuten kan je mogelijk beter kiezen voor een isotone sportdrank. Deze levert je dan dus ook wat energie om je inspanning te ondersteunen.


Hypertone dranken tijdens inspanning kunnen voor wat maag-darm klachten zorgen, omdat deze over het algemeen vrij geconcentreerd zijn. Bij lange en intensieve inspanningen waarbij je lijf voornamelijk afhankelijk is van koolhydraten kan je ervoor kiezen om voor of na de inspanning een hypertone drank te gebruiken. De strategie is dan meer om ervoor te zorgen dat je vooraf voldoende koolhydraten binnen krijgt en achteraf deze weer goed aanvult als onderdeel van je herstel.

In conclusie kunnen we dus zeggen dat de samenstelling van de sportdrank leidend is in de keuze voor welke sportdrank je zou kunnen kiezen. En of je überhaupt voor een sportdrank kiest. Want bij de meeste inspanningen <90 minuten is het drinken van een sportdrank dus niet nodig. Daarnaast is smaak een belangrijke factor. Want voldoende drinken an sich is immers belangrijk. Wanneer je een sportdrank echt niet lekker vindt, is de kans dat je er voldoende van binnenkrijgt natuurlijk vrij klein. Wanneer je de juiste drank qua samenstelling gekozen hebt, is de smaak dus individueel bepaald.