Een nauwe samenwerking tussen de sporter en de sportdiëtist is belangrijk om zo een optimale begeleiding te creëren. Er zijn veel factoren die ervoor zorgen dat deze samenwerking goed verloopt. Denk aan luisteren en de juiste vragen stellen, open zijn, eerlijke feedback geven en met de sporter meedenken in oplossingen. Maar daarnaast is het minstens zo belangrijk om de sport die de sporter beoefent volledig te kennen. Daarom analyseer ik regelmatig de trainingen van sporters. Op papier maar liever in het echt. Regelmatig ben ik dan ook bij trainingen aanwezig.

Buiten dat ik het ontzettend leuk vind (lees: strijdlust, fanatisme en enthousiasme is waarom ik sport geweldig vind) om bij de trainingen te kijken, heeft het verschillende belangrijke functies. Zo analyseer ik bijvoorbeeld het energieverbruik tijdens verschillende vormen van training. Denk aan de intensiteit en duur van een training, maar ook het trainingsdoel. De (bonds)coach heeft in het trainingsplan natuurlijk rekening gehouden met een goede opbouw en periodisatie. Voeding kan daarin ontzettend ondersteunen. Het is dan ook van belang om deze periodisatie te kennen en te weten waar de sporter staat. Daarnaast is het goed om te weten welke energiesystemen de sporter gebruikt tijdens de trainingen. Verbrand je vetweefsel voor energie of koolhydraten? Dit geeft in de praktische vertaling van voedingsadvies de overweging of er bijvoorbeeld extra koolhydraten nodig zijn om de effectiviteit van de training te optimaliseren. Daarnaast is het goed om te weten onder welke omstandigheden er wordt getraind. Is het een warme of koele ruimte? Zijn de omstandigheden hetzelfde als bij een wedstrijd? En gelden daar dan dezelfde voedingsstrategieën? Zo zit bijvoorbeeld een shorttrack training heel anders in elkaar dan de kortere maar explosieve piekmomenten van een wedstrijddag. Ook kunnen verschillende posities het verschil maken in zowel wedstrijd- als trainingsverband. Want heeft een spits hetzelfde nodig als een middenvelder (voetbal)? En een libero als een spelverdeler (volleybal)?

Ook is een trainingsmoment de uitgelezen kans om wat verschillende testen te doen. Zo meet ik regelmatig lichaamsgewicht voor en na een training én de gedronken hoeveelheid vocht om te bepalen of er voldoende gedronken wordt. Hierop kunnen we dan later weer reflecteren en een passend drinkadvies maken. Ook dient dit ter observatie of de sporter de gegeven adviezen goed in de praktijk kan brengen. Zo kun je snel schakelen.

Waarbij de sporters vaak het uiterste van zichzelf vragen en altijd opzoek zijn naar punten om te verbeteren, vind ik het terecht dat ze dit ook van de begeleiding verwachten. En waar je sporter zoveel uur per week doorbrengt op de trainingslocatie, mag het vanzelfsprekend zijn dat ik als sportdiëtist ook hier de diepte in “moet” duiken.