Van de week vroeg iemand mij waarom ik sportdiëtist ben geworden.

Het krijgt steeds meer bekendheid maar voor velen toch nog een tamelijk onbekend beroep.

Zelf kom ik uit de topsport. Ik had geregeld met de diëtist te maken, maar had hier geen fijne associatie mee. Toen duidelijk was dat ik zelf geen topsporter meer kon worden, wilde ik iets in de zorg doen. Niet omdat ik het idee had dat de zorg echt iets voor mij zou zijn, maar omdat ik een bijzonder beroep wilde waarbij ik andere mensen kon helpen, er voor andere mensen kon zijn. En toch trokken de meeste beroepen in de zorg mij niet. Totdat ik het met iemand over de diëtist had. Met je werk mensen gezonder krijgen, hoe gaaf wil je het hebben!?

Alleen heb ik de (top)sportwereld nooit kunnen loslaten door mijn achtergrond. Binnen een split second wist ik dus eigenlijk op mijn 16e al wat ik “later” wilde worden: sportdiëtist.

Tijdens de opleiding kwam ik erachter dat dit beroep mij op het lijf geschreven was. Alleen was er wel één uitdaging. Het beroep bestond wel, maar echt vacatures en baankansen, die waren er niet. Daarvoor was het te onbekend en te klein. Op mijn diploma-uitreiking heb ik daarom aan de gehele zaal voor het eerst bekend gemaakt – ja, ook aan mijn familie – dat ik mijn eigen praktijk wilde starten.

Zelf de baankansen creëren die ik wilde. Bijna cliché kan ik zeggen dat de rest geschiedenis is. Maar dat is wel wat het is. Ik heb al zoveel mooie mensen mogen begeleiden, mooie lezingen mogen geven en mogen werken aan stoere projecten.

Nu, jaren later, sta ik nog steeds volledig achter de keuze die ik op mijn 16e heb gemaakt. Meerdere keren per dag krijg ik een enorme lach op mijn gezicht als ik bedenk hoe bevoorrecht ik ben dat ik zoveel mensen mag helpen. Niet alleen met het verbeteren van hun gezondheid maar ook met hun sportprestatie. Dat je onderdeel kunt zijn van het succes dat je klanten hebben wanneer ze de positieve effecten van voeding ondervinden.